NAO ondersteunt oproep aan de politiek: benut de kracht van meer plantaardige voeding
14 september 2026
Een brede coalitie van zestig organisaties uit het Nederlandse voedsel en landbouwsysteem roept het kabinet op om een Actieplan Meer Plantaardige Voeding te ontwikkelen. Om de ambities uit dat plan te realiseren, vragen de partijen de overheid om een publiek Plantaardig Versnellingsfonds van jaarlijks 65 miljoen euro. Het fonds moet de hele keten ondersteunen, van teelt, verwerking en productontwikkeling tot onderzoek, het stimuleren van de consumentenvraag en export. Een derde van het beschikbare bedrag is specifiek bestemd voor biologische plantaardige productie. Doel is om productie, consumptie en marktontwikkeling tegelijkertijd te versterken.
De oproep werd op 10 september in Nieuwspoort in Den Haag aangeboden aan Tweede Kamerleden Joris Lohman van het CDA en Anne-Marijke Podt van D66. De groep ondertekenaars is breed samengesteld en bestaat onder meer uit bedrijven, supermarkten, producentenorganisaties, brancheverenigingen, onderwijsinstellingen, maatschappelijke organisaties en foodservicebedrijven. De initiatiefnemers willen met de overheid bestaande initiatieven rond plantaardige voeding bundelen en versnellen.
Het actieplan moet worden opgebouwd rond vijf pijlers: vraagstimulering en verbetering van de voedselomgeving, versterking van teelt en ketensamenwerking, publieke inkoop, onderzoek en innovatie en ten slotte export, branding en internationalisering. Het fonds moet samenwerkingsprojecten mogelijk maken die knelpunten aanpakken en succesvolle initiatieven verder helpen opschalen. Daarmee gaat de oproep nadrukkelijk verder dan alleen het ontwikkelen van nieuwe plantaardige producten. Ook de positie van telers en het opbouwen van economisch perspectief voor plantaardige teelten maken deel uit van het voorstel. Tegelijkertijd moet aan de vraagkant meer ruimte ontstaan voor plantaardige producten, onder meer via de voedselomgeving en de inkoop door overheden en publieke instellingen.
Het actieplan moet zo economische kansen verbinden met doelen op het gebied van volksgezondheid, voedselzekerheid en duurzaamheid. Een belangrijk uitgangspunt daarbij is de overheidsdoelstelling om in 2030 minimaal 50 procent van de eiwitconsumptie plantaardig te laten zijn. De oproep is overigens breder dan de eiwittransitie. In het achterliggende plan worden naast peulvruchten en andere eiwitgewassen ook groenten, fruit, noten, volkorenproducten en aardappelen expliciet genoemd.
Het stimuleren van de consumptie van deze productgroepen moet bijdragen aan een gezond en duurzaam voedingspatroon. Voor de aardappel is dat relevant, omdat het product van nature plantaardig is en een vaste plaats heeft in de Schijf van Vijf. Ook vanuit milieuoogpunt ziet het plan kansen: aardappelen worden, samen met onder meer groenten, peulvruchten en granen, gerekend tot de plantaardige productgroepen met een relatief lage milieubelasting.
Nederland kijkt bij de uitwerking nadrukkelijk naar Denemarken. Dat land heeft al ervaring met een nationaal actieplan en een fonds voor plantaardige voeding. Rond de presentatie in Den Haag deelden onder anderen voormalig Deens landbouwminister Rasmus Prehn en Hanne Winter van de Deense Vegetariërsbond hun ervaringen met de Nederlandse initiatiefnemers.
Ook de Nederlandse Aardappel Organisatie (NAO) behoort tot de zestig ondertekenaars. Volgens directeur Janine Luten past deelname bij de nieuwe strategie Eén sector, één stem, waarin de NAO de aardappel sterker wil positioneren als waardevol onderdeel van een verantwoord voedingspatroon en nadrukkelijk samenwerking zoekt met andere organisaties. “De aardappel is plantaardig, voedzaam, betaalbaar en veelzijdig en past uitstekend in een gezond en duurzaam voedingspatroon. De beweging naar meer plantaardig eten biedt daarom ook kansen voor de aardappel. Door samen met andere partijen deze oproep te ondersteunen, kunnen we de waarde van plantaardige voeding en de positie van de aardappel beter voor het voetlicht brengen.”